Ik vind het geweldig om omringd te zijn door de natuur. Planten en dieren die gewoon hun gang gaan. Maar ook het onderliggende natuurgeweld van moeder aarde zelf dwingt respect bij mij af. Zowel het natuurgeweld op wereldschaal, waardoor bergketens, oceanen, rivieren, vulkanen enzovoort zijn ontstaan. En de kleine dingen die je vindt: bloemen, stenen, grondlagen, schelpen. Alles bij elkaar vormt het de verschillende natuurlandschappen die we kennen. 

Het hele grote, maar ook het hele kleine heeft mijn belangstelling. Dat heb ik al zolang als ik me kan herinneren. De eerste bewustwording daarvan stamt uit de tijd dat ik op de mavo zat. Ik heb er nooit examen in gedaan, maar aardrijkskunde en geschiedenis waren wel vakken die ik graag volgde. De ontstaansgeschiedenis van de aarde kreeg mijn volle belangstelling. Bij beide vakken. 

Ik zag echter niet hoe ik met de kennis van die vakken mijn brood kon verdienen als ik ‘groot’ was, dus Ik koos voor een volledig beta pakket. Mijn favoriete vakken, wiskunde, biologie en scheikunde, en die andere kant van mijn belangstelling zaten in dat vakkenpakket: het hele kleine.

Na de mavo volgde de havo en het HBO. Ik besloot scheikunde te gaan studeren op het HBO. En waar in mijn belangstelling voor het hele grote geen leven zit (tektonische platen, bergen, zeeën, gesteenten, het zonnestelsel, het heelal) trekt op kleine schaal dat leven wel heel erg. Vooral de bouwstenen van het leven trokken en trekken mijn belangstelling.

Binnen de scheikunde specialiseerde ik me dan ook in de biochemie en stortte mijzelf op cellen, eiwitten en moleculen. Al dat kleine priegelwerk beviel me goed. Eenmaal op de universiteit maakte ik, vanuit de scheikunde faculteit in Leiden, uitstapjes naar de medische faculteit. En naar de TU delft om mijzelf verder te verdiepen in de manier waarop eiwitten zich in elkaar vouwen. Daarnaast las ik veel boeken en keek ik veel series over de werking van het heelal en het zonnestelsel.

Als ik in de natuur ben en om mij heen kijk, vechten er eigenlijk twee gevoelens om het hardst: verwondering om alle schoonheid en de kennis hoe het allemaal zo ontstaan is. Meestal laat ik ze lekker met elkaar stoeien. Ik zwaai van de ene naar de andere en weer terug. Daarbij schakel ik ook van het grote landschapsplaatje naar de dingen die direct om mij heen zijn: planten, water, kleine structuren en kleuren.

Dat ik het leuk vond om landschappen te fotograferen ontstond tijdens een ski vakantie. Ik  was een jaar of 20 en het was mijn eerste ski vakantie. Het weer was geweldig. Witte bergen, blauwe lucht en niet te koud. Echt fantastisch en ik met mijn fototoestel de piste op.

Dat was natuurlijk nog in de tijd van de fotorolletjes. Dus niks foto maken, kijken, eventueel instellingen aanpassen, nog een paar foto’s maken totdat je het perfecte plaatje hebt. Nee, het was: foto maken, hopen dat je wat fatsoenlijks had vastgelegd op de gevoelige plaat, terug naar huis, fotorolletje laten ontwikkelen en afdrukken, ophalen en thuis kijken wat je ervan gemaakt had.

Tussen al die foto’s van valpartijen op de piste van mijn studiegenoten en mijzelf en gekkigheid tijdens de après-ski, zat een foto waar ik mijn ogen niet vanaf komt houden. Ik kan hem nog steeds zo uittekenen. Hij zit nog ergens in een fotoalbum dat op zolder staat. Mijn studiegenoten waren er ook van onder de indruk.

Ik heb de foto boven aan een piste gemaakt. Aan de onderkant van de foto loopt de witte piste naar beneden. De piste maakt wat bochten om de naaldbomen die op de berg staan. Links en rechts op de foto zijn de witte pieken van andere bergen te zien. Op de piste zie je de gekleurde stippen van skiërs in kleurrijke outfits. Boven de piste, de bomen en witte bergen een strakke diep blauwe lucht. Een foto die zo als ansichtkaart gebruikt kan worden zoals mijn mede studiegenoten het zeiden.

Natuurlandschappen hebben echt een plek in mijn repertoire veroverd. Tijdens vakanties en wandelingen zoeken we tegenwoordig bewust de ruimte op, om dat grote uitzicht te krijgen. Ik laat dat gevoel van verwondering en kennis lekker stoeien met elkaar. Ondertussen geniet ik van het uitzicht en leg het vast. Daarna ga ik op zoek naar de bloemen de planten en de kleine structuren en dieren, terwijl ik steeds met enige regelmaat omhoog kijk en me afvraag of het landschap vanuit deze nieuwe hoek misschien toch nog mooier is geworden.

De foto heeft iets bij mijn losgemaakt, getriggerd. Het heeft lang gesluimerd, toch ben ik langzaamaan meer foto’s van natuurlandschappen gaan maken. Het liefst met een strakke diep blauwe lucht en boven. Dat maakt me gewoon vrolijk, maar het weer werkt niet altijd mee.

Op de foto ‘bergen en lucht’ zie je dat dat ook niet altijd hoeft. De wolken geven deze foto extra diepte. Als je naar de foto kijkt wordt je aandacht, door de wolken, naar de berg in de verte in het midden van de foto getrokken. Ook als je naar de voorgrond wil kijken, die om aandacht schreeuwt, blijft je blik trekken naar het midden. Zonder wolken zou dat effect er niet zijn.